Probleemgedrag

Aanpak Praktijk Lezen EnZo

Kinderen met probleemgedrag hebben meestal een tekort aan eigen structurerend en probleemoplossend gedrag. De omgang met probleemkinderen is in principe gelijk aan die van kinderen zonder problemen. Alleen bewuster, krachtiger,  intensiever en natuurlijk consequent en planmatig.

Moeilijk gedrag is de beste keuze die het kind op dat moment kan hebben. De taak van de opvoeder hierbij is > kijken waarom een kind zich zo gedraagt en de kinderen helpen acceptabel gedrag te laten zien.

Aanpak begint bij het gedrag van het kind:

  • Welke omgevingsfactoren kunnen van invloed zijn op het gedrag?
  • Zijn er problemen in de thuissituatie?
  • Is er onrust inde buurt?
  • Hoe is de gezondheid van het kind?
  • Wordt het gepest?
  • Is de lesstof te moeilijk/makkelijk?

Deze informatie is te halen uit gesprekken zowel met kind als met de ouders en in de meeste gevallen ook met school. Ook uit de intakegegevens, informatie uit het leerlingvolgsysteem van school (LVS) en uit eerdere onderzoeken is het mogelijk om in korte tijd een goed beeld van een kind te krijgen.

De kernvraag is  > Wat heeft dit kind op dit moment het eerste nodig om acceptabel gedrag te vertonen?

De basisbehoefte is altijd structuur. Dit geeft geeft veiligheid en bestaat uit duidelijkheid in tijd, activiteit en relatie en heldere afspraken, al dan niet op schrift of in picto’s.  Daarnaast staat liefde voor het kind centraal.  Waardering voor een kind, voor zijn kwaliteiten en behoeften. Bij liefde hoort ook grenzen stellen en straffen, maar vooral  positief labelen.  Dit vergroot het zelfvertrouwen en zorgt direct voor een positever zelfbeeld.

Een greep uit de hulpmiddeltjes hierbij:

Kookpannetje: “Hoe voel jij je?”


Stresskaartjes zijn vaak aanleiding voor een gesprekje naar de oorzaken van de problemen


Geheugensteuntjes